Beroepsinfectieziekte hepatitis C

Organisme:

HCV is een RNA-virus. Het hepatitis C virus (HCV) is ondergebracht in de familie Flaviviridae, samen met onder andere het gele koortsvirus, het denguevirus, het West Nilevirus en het Japanse encefalitisvirus. Zie voor meer achtergrondinformatie de LCI richtlijn hepatitis C.

Transmissie:

Via bloed-op-bloed en bloed-op-slijmvlies contact, dus prik, snij, spat en bijtincidenten. Bloed is het meest infectieus. Daarnaast kan het virus ook via seksueel contact worden overgebracht. HCV is endemisch in  Zuidoost-Azië, Afrika ten zuiden van de Sahara en in Egypte. Voor actuele informatie zie LCR, CDC en WHO.

Incubatietijd:

Incubatietijd: gemiddeld 7 weken (range 2 tot 26) weken.

Medisch beeld:

Het merendeel van de acute HCV-infecties verloopt zonder of met slechts milde aspecifieke klachten. Slechts 30-50% rapporteert vermoeidheid, milde griepachtige symptomen, misselijkheid, overgeven, donkere urine en/of verkleurde ontlasting en pijn rechtsboven in de buik. In minder dan 10% van de patiënten wordt dit gevolgd door icterus. Zonder behandeling gaat het vaak (60-85%) over in een chronische leverontsteking.  Voor meer informatie zie de LCI richtlijn hepatitis C

Diagnostiek:

Bepaling van viruspartikels in het bloed (HCV RNA) en antistoffen. Zie de LCI richtlijn hepatitis C.

Werkgerelateerde diagnostiek

Er zijn geen specifieke richtlijnen t.a.v. werk & HCV.

Melden beroepsziekten

Zie NCvB registratierichtlijn hepatitis C.

Preventie  
  • Bestrijding bij de bron

Overdracht van HCV geschiedt voornamelijk door direct bloed-bloed-contact, zoals via naalden en scherpe voorwerpen. De mens is als het hoofdreservoir te beschouwen. De kans op transmissie bij een hoog risico incident is ongeveer 2%.

  • Organisatorische & technische maatregelen
Organisatorische maatregelen

Goede voorlichting werkgevers en werknemers, vooral ten aanzien van voorkómen prik, bijt, snij en krab incidenten.  Dit vooral in branches en beroepsgroepen waar er met risicogroepen of -materialen wordt gewerkt, zoals:

  1. Gezondheidswerkers, zoals: verplegend personeel, artsen, studenten, ambulancemedewerkers, laboratoriumwerkers, verloskundigen, chirurgen, tandartsen, pathologen en ondersteunend medisch personeel, dialysecentra,  etc.;
  2. Niet medische dienstverlenende beroepen zoals: technisch personeel in ziekenhuizen, medewerkers asielzoekerscentra, werknemers (semi)overheid zoals  penitentiaire en  forensisch medewerkers, medewerkers sociale dienst, schoonmakers, medewerkers uitvaartbranche, sociaal werkers rond daklozen en drugsverslaafden etc.;
  3. Operationele functies: defensie, brandweer, politie etc.;
  4. Proefdierwerkers en werknemers laboratoria waar met HCV gewerkt wordt;
  5. Prostituees vanwege hun wisselende seksuele contacten;
  6. Zakenreizigers reizend naar of expats verblijvend in endemische gebieden, zoals Egypte. Zie hiervoor de LCR website.

Vertaald naar beleid betekent dit:

  1. Voorlichting en Instructie. In risicoberoepen is het belangrijk dat de werknemers heldere voorlichting over het risico op besmetting krijgen en instructies hoe er veilig gewerkt kan worden; hieronder valt ook het waar nodig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (bijvoorbeeld brillen bij kans op spatten);
  2. Een goede registratie van (bijna) prik, bijt, snij en spat incidenten; Periodiek dient een analyse plaats te vinden met daarop afgesteld een plan van aanpak tot preventie
  3. Implementatie van de Landelijke richtlijn Landelijk richtlijn prikaccidenten en een 24 uurs achterwachtsysteem waar werknemers terecht  kunnen ingeval van een (mogelijk) incident en waar ook aandacht is voor nazorg;
  4. Voor instellingen, waar er sprake kan zijn van agressie en geweld, moet er naast een goede prik, bijt, snij en spat afhandeling, ook aandacht worden besteed aan hoe om te gaan met agressie en mentale nazorg worden geboden.

Technische maatregelen

Veilige naaldsystemen waarbij de gebruikte naald (automatisch) wordt afgeschermd. Naaldbekers waarbij de naald eenvoudig en veilig door een gleuf in het deksel van de spuit verwijderd c.q. veilig weggegooid kan worden. Andere houders waarbij op een eenvoudige en veilige manier, naalden en (scalp)mesjes kunnen worden verwijderd en op een veilige manier opgeslagen en afgevoerd kunnen worden. Goede instructie is van belang (bv nooit ‘recappen’ (d.w.z. nooit de naald terug in het hoesje doen). Zie de website www.dokterhoe.nl en arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 4.97.

  • Persoonlijke beschermingsmiddelen

Handschoenen, spatscherm voor gelaat- en barrièreschorten.

  • Therapie & vaccinatie

Na een prikaccident: Na blootstelling aan HCV kan het 7 tot 31 weken duren voordat HCV-antistoffen aantoonbaar worden (zgn. window-fase). PEP behandeling behoort niet tot de mogelijkheden. Er is geen vaccin beschikbaar.
Behandeling: op dit moment is het mogelijk bepaalde subtypes van eenHCV te genezen. Voor actuele informatie wordt verwezen naar de  Lever patiënten vereniging en Nederlandse Vereniging MDL artsen.

  • Risicogroepen (medische kwetsbaren)
  • bij hogere leeftijd op tijdstip van infectie;
  • bij HBV-dragers, chronisch leverlijden, alcohol of intraveneus drugs gebruiker ;
  • bij overgewicht en diabetes;
  • bij een co-infectie met hiv of hepatitis B.

Zwangerschap
Perinatale overdracht naar het kind geschiedt bij ongeveer 2% van de anti-HCV-seropositieve moeders. Bij een co-infectie met hiv is de overdrachtskans van hepatitis C van moeder op kind vier à vijf keer hoger. Overdracht via borstvoeding is niet aannemelijk, maar niet uitgesloten (tepelkloven).

  • Arbobeleid

Goede voorlichting en implementatie van een adequaat prikaccidentenprotocol.

Voor laboratoriums waarbij er gericht met HCV wordt gewerkt wordt verwezen naar het safety data sheet HCV.

  • Risico voor derden

Er zijn hiervoor geen landelijk beleid. Bij werken volgens de hygiëne richtlijnen is de kans op besmetting van derden uiterst klein.