Beroepsinfectieziekte Hiv

Organisme:

Hiv is een retrovirus en behoort tot de subfamilie van lentivirussen waartoe o.a. ook simian immunodeficiëntie virus (SIV; aapachtig) en feline immunodeficiëntie virus (FIV; katachtig) behoren. Hiv is een retrovirus. Zie de LCI richtlijn hiv

Transmissie:

Via bloed-op-bloed en bloed-op-slijmvlies contact, dus prik, snij, spat en bijtincidenten. Bloed is het meest infectieus. Daarnaast kan het virus ook via seksueel contact worden overgebracht.

Incubatietijd:

Periode tussen hiv besmetting en acuut retroviraal syndroom (de acute infectie): meestal 2 tot 4 weken.
Periode tussen de hiv besmetting en seroconversie (zgn. windowfase): meestal 2 tot 6 weken na infectie zijn hivantistoffen detecteerbaar.

Periode tussen hiv besmetting en diagnose aids: varieert van minder dan 1 jaar tot meer dan 15 jaar. De mediane incubatietijd bij volwassenen bedroeg 8 tot 10 jaar. Nu kan door de behandeling met antiretrovirale middelen de progressie naar aids worden voorkomen.

Medisch beeld:

Geschat wordt dat 50-70% van degenen die met hiv-1 geïnfecteerd raken een acuut retroviraal syndroom ontwikkelen. De typische presentatie doet zich voor als een acuut, vaak atypisch griepachtig, ziektebeeld. De klachten zijn gewoonlijk mild, verdwijnen vanzelf en worden door het aspecifieke karakter dikwijls niet als retroviraal syndroom(hiv)gerelateerd herkend.
Met de huidige antiretrovirale medicatie wordt veelal de progressie naar aids voorkomen.

Diagnostiek:

Dit is veelal een combinatie van serologie en moleculaire diagnostiek. Hiervoor wordt verwezen naar de LCI richtlijn en de website van de Nederlandse Vereniging van hiv behandelaren

Werkgerelateerde diagnostiek

Zie de LCI richtlijn en de richtlijn hiv & arbeid

Melden beroepsziekten

Er is geen NCvB registratie richtlijn hiv.

Preventie  
  • Bestrijding bij de bron

Overdracht van hiv geschiedt voornamelijk door direct bloed-bloed-contact, zoals via naalden en scherpe voorwerpen. De mens is als het hoofdreservoir te beschouwen.

  • Organisatorische & technische maatregelen

Organisatorische maatregelen

Goede voorlichting werkgevers en werknemers, vooral ten aanzien van voorkomen prik, bijt en krab incidenten.  Dit vooral in branches en afdelingen waar er met risicogroepen of materialen wordt gewerkt, zoals:

  1. Gezondheidswerkers, zoals: ambulancemedewerkers, laboratoriumwerkers, verloskundigen, chirurgen, tandartsen, pathologen, ondersteunend medisch personeel, tandartsen etc;
  2. Niet medische ,dienstverlenende beroepen zoals: technisch personeel in ziekenhuizen, medewerkers asielcentra, (semi) overheid medewerkers zoals  penitentiaire-  en  forensische medewerkers, medewerkers sociale dienst, schoonmakers, uitvaartbranche medewerkers, daklozen en drugsverslaafden hulp, etc;
  3. Operationele functies: defensie, brandweer, politie etc.;
  4. Proefdierwerkers en laboratoria waar met hiv gewerkt wordt;
  5. Prostituees vanwege hun wisselende seksuele contacten.

Vertaald naar beleid betekent dit:

  1. Blootstelling aan het hiv virus als onderdeel van de RI&E;
  2. Instructies. In de gezondheidszorg is het belangrijk dat de zorgwerkers heldere instructies krijgen hoe er veilig gewerkt kan worden;
  3. Werken volgens een protocol;
  4. dat er een goede registratie is van (bijna) prik, bijt en spat incidenten;
  5. Implementatie van het Landelijk richtlijn Landelijk richtlijn prikaccidenten en een 24 uurs achterwachtsysteem is waar werknemers terecht  kunnen ingeval van een incident en ook aandacht is voor nazorg;
  6. Voor instellingen, waar er sprake kan zijn van agressie en geweld, moet er naast een goede prik, bijt en spat afhandeling, ook aandacht worden besteed aan hoe om te gaan met agressie en mentale nazorg.
     

Technische maatregelen

Veilige priksystemen waarbij de gebruikte naald (automatisch) wordt afgeschermd. Naaldbekers waarbij de naald eenvoudig en veilig door een gleuf in het deksel van de spuit verwijderd c.q. weggegooid. Andersoortige systemen waarbij op een eenvoudige en veilige manier, naalden en (scalp)mesjes kunnen worden verwijderd en op een veilige manier opgeslagen en afgevoerd kunnen worden. Goede instructie en nooit recappen (Naald nooit terug in hoesje doen). Zie de website www.dokterhoe.nl en zie arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 4.97.

  • Persoonlijke beschermingsmiddelen

Handschoenen, spatscherm voor gelaat- en barrièreschorten.

  • Therapie & vaccinatie

 Er is geen vaccin.
Postexpositieprofylaxe (PEP) is aan te bevelen indien na blootstelling sprake is van een verhoogd risico op hiv besmetting, zoals een prikaccident. De potentiële toxiciteit van de behandeling moet worden afgewogen tegen het daadwerkelijke risico op hiv besmetting. PEP vindt plaats met combinatietherapie van verschillende middelen. Men dient zo snel mogelijk te beginnen met PEP, liefst binnen twee uur, met een maximum van 72 uur na het prikaccident.  Tijdens de PEP behandeling kan er sprake zijn van klachten, welke aanleiding kunnen geven tot een tijdelijke verminderde belastbaarheid voor eigen werkzaamheden.

De huidige antivirale behandeling kan een infectie met hiv niet genezen. Zie verder de website van de NVHB.

  • Risicogroepen (medische kwetsbaren)

Er zijn geen specifieke medische risicogroepen bekend.

  • Arbobeleid

 Zie organisatorisch & technische maatregelen. Zie verder de richtlijn hiv & arbeid. Verder voor meer informatieve t.a.v. re-integratie van hiv geïnfecteerden, zie de website positiefwerkt.

  • Risico voor derden

Dit betreft die werknemers die door hun beroep, of aard werkzaamheden, personen in hun omgeving kunnen besmetten. Specifiek voor de context van de zorg betekent dit patiënten en cliënten, zoals patiënten die operatieve ingrepen ondergaan, waarbij de behandelaar hiv drager is. In tegenstelling  tot hepatitis B zijn er in Nederland geen meldingsplicht of protocollen voor hiv positieve risicovormers. Zie ook de Leidraad: preventie van transmissie van HIV door risicovormend medisch personeel